European Friends of Russia

N-SA denktank over Rusland – N-SA thinktank about Russia

De Hermitage is nieuw cultureel midden tussen oost en west

Posted by Kris Roman on January 28, 2009

hermitage_141053nhttp://www.volkskrant.nl/kunst

SINT PETERSBURG – Conservatief. Het woord valt vaak goedkeurend in de werkkamer van de directeur van de Hermitage in St.-Petersburg. Met een grote grijns. Omdat het natuurlijk ook wel weer grappig is, bij een instituut dat zich de laatste vijftien jaar met allerminst behoudende strategieën een plek heroverde in de museale wereldtop.

 

De Hermitage in St.-Petersburg, met een collectie van 3 miljoen objecten één van de grootste musea ter wereld, gaat ook zeker geen bezadigde toekomst tegemoet; het bestond al uit een enorm neoclassicistisch complex met verzamelingen uit het oude Egypte, de klassieke oudheid, de westerse kunst tot in de 20ste eeuw, en oriëntaalse kunst. Daar zal in de toekomst nu ook een aparte vleugel voor 19de-, 20ste- en zelfs 21ste-eeuwse kunst bijkomen.

Ondertussen noemt men zich bij de Hermitage ook graag pionier op het gebied van ‘globaal denken’. In 2001 opende al een Hermitage-afdeling in Las Vegas (in mei 2008 weer gesloten), in juni dit jaar zal de opening plaatsvinden van de Hermitage Amsterdam.

Modernisering
Maar terwijl de kunsthistorische wereld elders graag het woord ‘modernisering’ hiervoor zou gebruiken, benadrukt archeoloog Mikhail Piotrovsky (1944), sinds 1992 directeur van de Hermitage en van plan dat ook nog enige tijd te blijven, keer op keer: ‘We moeten conservatief zijn.’

Meer publiek? ‘Nee, het is niet altijd goed om meer publiek te hebben.’ Het museum als vermaakscentrum? ‘Het is ons doel om mensen te onderrichten.’ De opkomst van de Hermitage op het internationale toneel? ‘Al in de Sovjettijd maakte de Hermitage reizende exposities naar Japan.’

Sterker: als er iets als de kern van de Hermitage genoemd kan worden, zegt Piotrovsky, is het wel dat er ‘niets echt verandert’: ‘Dat is het algemene principe van de Hermitage. Ik hou niet eens van het woord moderniseren. Het zegt dat iets beter is dan het oude. Dat is helemaal niet zo.’

Subway
Petersburg, eind 2008; kledingketen Zara en Subway Sandwich hebben zich inmiddels gevestigd op de Nevsky Prospekt, de lange winkelstraat die uitkomt op het Paleisplein, de legendarische plek waar de Tsaren paradeerden en waar de Revolutie in 1917 bloedig begon.

Wereldgeschiedenis genoeg, in en rond de Hermitage. Maar het eerste dat in de werkkamer van Hermitage-directeur Piotrovsky in het oog springt, is een foto van een breed lachende prins Willem-Alexander. Vooraan op een tafel met andere royalties van overal ter wereld.

Piotrovsky kan er kort over zijn: ‘We hebben veel aan hem te danken.’ De tafel met foto’s toont de opvallende internationale aanpak van de Hermitage in de laatste vijftien jaar. Er zijn de fondsenwerving, de satellietmusea – ‘onze spoetniks’ –, de verbintenissen en coalities met de grote musea van de wereld. Maar alles heeft uiteindelijk tot doel om de Hermitage zelf in stand te houden. Want, zegt Piotrovsky nuchter: ‘Als de regering je niet genoeg geld geeft, dan moet je een manier vinden om dat zelf te doen. Dan leer je hoe je fondsen moet werven. Dan ga je aan je pr werken.’

Na de val van de Sovjet-Unie kwam de Hermitage weer in het vizier van de westerse kunstliefhebbers, maar staatssteun was er nauwelijks. Rusland zat midden in een financiële crisis, geld voor cultuur moest van andere bronnen komen. En dus ging de Hermitage, zoals Piotrovsky zegt, de wereld in. Alhoewel hij ook deze internationalisering graag relativeert: ‘Voor een deel kwam dit door de crisis, maar voor een ander deel komt de internationale oriëntatie uit onze traditie voort. De Hermitage is altíjd internationaal geweest; dit museum toont de wereldcultuur bínnen Rusland.’

Opknapbeurt
Het is een woensdagochtend, midden november. Buiten krijgt de Hermitage zijn reguliere opknapbeurt aan de groene barokke gevel, vol gouden en witte sierlijke krullen. Binnen tonen zich de voormalige keizerlijke ruimtes, blinkend van rijkdom en architectonische pracht, de honderden museumzalen met kunst van overal vandaan, maar ook de verouderde, afgebladderde kamers die de sporen van de tijd dragen.

Op elke hoek in het enorme complex zitten de vermaarde oude vrouwtjes, die hier als suppoosten werken (‘dit is mijn huis’, verklaart een van hen). De gangen zijn opvallend gevuld met jeugdige soldaten, cadetten uit het Russische leger. Piotrovsky: ‘De traditie was verdwenen, maar ik heb het leger weer gevraagd of de soldaten konden komen’; jongens in uniform poseren ernstig voor een Renaissance-Madonna, de soldatenmeisjes paraderen in gelakte rijglaarzen tussen de Picasso’s.

Wil je de betekenis van de Hermitage in het moderne Rusland definiëren, legt Piotrovsky uit, dan kom je automatisch uit bij de betekenis van de geschiedenis. De Hermitage is levende geschiedenis, een bron van verhalen, over de families, de tsaristische glamour of bloedige conflicten. En de kunstwerken, zegt de Hermitage-directeur, zijn een deel van die ervaring.

Russische identiteit
Want kom bij Piotrovsky niet aan met te zeggen dat de Hermitage toch vooral beroemd is om zijn Westerse kunst, de Rembrandts, de Titiaans en Velasquezzen, de modernen, Picasso, Matisse. Alles weerspiegelt hier uiteindelijk ‘Russische identiteit’, zegt hij. Ook de Europese oriëntatie is deel van de Russische traditie. Hij is terug te voeren tot diep in het keizerlijke verleden van Petersburg. Onder het communisme, de tijd toen zijn eigen vader de laatste Hermitage-directeur was, werd de blik dan weer juist naar het Oosten gericht. ‘In de Sovjet Unie werd het oriëntaalse deel van het museum opgezet. Er was geen geld om westerse kunst te kopen, veel archeologische expedities gingen toen naar het oosten, en deden enorme ontdekkingen.’

‘Een deel van de grootheid van Rusland’, zegt Piotrovsky, ‘is dat het een cultuur was die verschillende culturen kon absorberen. Het kon zich de Europese cultuur eigen maken, maar ook de islamitische cultuur, de boeddhistische cultuur.’

De directeur gaat voor naar buiten, naar de overkant van het Paleisplein. Eenmaal binnen in het gebouw van de Generale Staf wordt hij omringd door camera’s, wijkt het publiek uiteen. Hier heeft zich zo niet tout Petersburg, dan toch wel een flink deel van de culturele gemeente verzameld.

Vandaag gaat het over de toekomst, de nieuwe vleugel waarmee de Hermitage de 21ste eeuw ingaat. De Hermitage zal zich hierdoor nog meer gaan richten op het tentoonstellen van moderne en hedendaagse kunst. Zodat het instituut, zegt Elena Kolovskaya, directeur van Pro Arte, een stichting die het actuele cultuurleven in Petersburg wil stimuleren, daarmee een nieuwe standaard zal gaan zetten op het eigentijdse cultuurleven in Rusland. Zij ziet de mogelijkheden al voor zich, waarin historische context een hoofdrol speelt; combinaties tussen Cindy Sherman en Nederlandse oude meesters, of Frida Kahlo en oude Mexicaanse kunst.

Conservatief
Ambities genoeg, daar in Petersburg. En toch klinkt ook op deze presentatie weer trots het woord: ‘conservatief’. Uit de mond deze keer van Studio44-architect Nikita Yavein, ontwerper van de nieuwe vleugel, die vooral niet ‘modernistisch’ moest worden. Hij vindt dat een architect ‘niet zichzelf moet willen promoten in historische gebouwen’. Breed lachend legt hij desgevraagd uit dat zijn ontwerp voor de nieuwe vleugel zelfs ‘anti-Rem Koolhaas’ genoemd kan worden. ‘Toen wij zijn voorstel zagen, kwamen we steeds meer tot de overtuiging dat we conservatief moesten zijn.’

In Amsterdam komt dan wel een nieuwe vestiging van de Hermitage, maar het is de Rotterdammer Koolhaas die Piotrovsky de komende jaren bij alle vernieuwingen ‘filosofisch’ bijstaat. Hij denkt met Piotrovsky mee over de presentatie van de kunstwerken in de Hermitage, over de plek die het museum in de stad moet gaan vervullen. ‘Rem is een groot filosoof’, vindt Piotrovsky. En: ‘Hij is eigenlijk heel conservatief.’

Waarmee hij maar wil zeggen: het is tijd dat de grote musea een nieuwe koers gaan varen. Volgens Piotrovsky (en Koolhaas) zitten er namelijk gevaren aan de enorme museumboom van de afgelopen jaren. Ook bij de invloed van het massatoerisme hebben zij hun bedenkingen. ‘Politici begrijpen soms niet dat cultureel erfgoed de belangrijkste, misschien wel de enige reden is dat mensen naar Petersburg komen. Hun opvatting van toerisme is erg primitief; als er maar massa’s komen. Maar we hebben goede toeristen nodig, die langer blijven, die de stad willen bestuderen.’

Onderwijzen
En er is een publiek dat belangrijker is: ‘Kinderen, ontwikkelde mensen, kunstliefhebbers. We moeten mensen in het museum gelukkig maken en van kunst laten genieten, maar we moeten het publiek ook onderwijzen, in goede smaak, in geschiedenis. Die taak moeten we nooit vergeten. Musea zijn te gehoorzaam geworden in wat de bezoeker wil, slaven voor de klant. We moeten niet vergeten dat we geen vermaakscentrum zijn.’

Misschien dat het gestrande Las Vegas-avontuur er aan bijgedragen heeft, maar de Hermitage propageert voor de toekomst een nieuw ‘conservatisme’. Het keert zich af van architectonische krachtpatserij zoals in Bilbao of in Abu Dhabi. Het museum wil juist terug naar de contemplatieve ruimte, de mogelijkheid creëren het gevoel van de ‘geschiedenis’ te ervaren. Of zoals Piotrovsky het stelt: ‘De musea waren eerst te veel kerk, nu te veel Disneyland. Wij moeten er tussenin komen. Daar heb ik het met Koolhaas over, wat het museum kan zijn na het marktdenken. We moeten, zeker in tijden van crisis, geen dinosaurussen worden.’

En dus blijft Piotrovsky lobbyen voor zijn museum. Niet alleen buiten de grenzen, hij heeft ook een programma op de Russische tv – Mijn Hermitage, waarin hij telkens iets over een aspect van het museum vertelt.

Want in het hedendaagse Rusland moet een museumdirecteur publiek en politiek wel zien te overtuigen. ‘Altijd worden we aangevallen. Dat we te veel aandacht hebben voor internationale relaties, te veel aandacht voor de wereld. Dat we onze collecties naar andere landen brengen, niet binnen in Rusland.’

Beslissend
Piotrovsky is echter overtuigd van de ‘beslissende rol’ die de Hermitage in de Russische maatschappij kan spelen. Juist in de internationale oriëntatie van de Hermitage, ligt volgens hem de grootste symboolwaarde voor het land.

De Hermitage toont, zegt Piotrovsky terwijl hij Dostojevski parafraseert, de ‘openheid van Rusland’, terwijl het museum voor Russische kunst zich op het ‘nationale’ richt. Of, om het in een paradox samen te vatten; ‘De Hermitage zegt: universeel zijn, is een nationale trots. We moeten onderwijzen: de wereld is verschillend, maar het is één wereld. Je moet van je land houden, maar je moet ook begrijpen dat het deel is van de wereld. Verschillend is ook mooi. Dat kan je idealistisch noemen. Maar dat moet je ook wel zijn in de dagelijkse strijd voor ideologie, in de connecties tussen nationalisme en internationalisme. Dat is een ingewikkelde situatie.’

De Hermitage sluit overigens met dit pleidooi voor ‘de dialoog tussen culturen’ naadloos aan bij de andere grote universele musea, zoals in Berlijn (Museuminsel), Parijs (Louvre) en New York (Metropolitan). Overal klinkt nu de slogan: ‘Voor de wereld, over de wereld’. Ook bij het Russische ministerie van Cultuur in Moskou zeggen ze het keurig na. ‘De Russen kunnen niet in isolement leven’, vertelt een woordvoerder voor de internationale relaties, ‘en in de Hermitage leren Russische bezoekers de geschiedenis van andere landen.’ In de plannen van Koolhaas klinkt daarbij door, dat de Hermitage, dankzij de huidige machtsverschuiving richting Azië en het Oosten, zich zelfs meer dan ooit moet gaan positioneren als nieuw cultureel midden tussen oost en west.

Maar nieuw, zegt Piotrovsky, is het natuurlijk allemaal niet. ‘Deze universele manier van kijken werd al in de Sovjet-Unie ontwikkeld, het was een deel van het communisme.’ Waarmee Piotrovsky maar wil zeggen: ‘Modes veranderen, maar de betekenis van de oude cultuur en de universele musea blijft.’

Nicholaas II
Daarom moeten musea ook nooit vergeten dat ze voor de collectie moeten zorgen. ‘Neem onze eigen keizerlijke geschiedenis. In de Sovjet-Unie dachten mensen: voor de nieuwe wereld is het niet zo nuttig om álles te bewaren. Maar na de Perestroika wilden mensen ineens veel meer weten over het verleden. Toen konden wij tentoonstellingen over tsaar Nicholaas II organiseren, omdat we alles bewaard hadden.

‘Het is niet slechts nostalgie. Mensen keren terug naar hun eigen wortels. En daarvoor moet een museum klaar staan. We hebben heel veel in onze depots waar misschien nu niet om gevraagd wordt, maar er komt een moment waarop die vraag wel komt. Je kan niet denken: we hebben het nu niet nodig, dus morgen ook niet.’

Het is dat ‘gevoel van de geschiedenis’ waardoor Piotrovsky ervan overtuigd is dat de belangstelling voor de oude cultuur niet zal verdwijnen. Misschien juist wel zal toenemen. ‘Kunst is waar geschiedenis gebeurde. In musea worden nu veel discussies gevoerd of moderne technologie mensen ervan weerhoudt om naar musea te gaan, maar er gebeurt juist het tegengestelde. Mensen zien een schilderij op het internet en willen het in het echt zien. Daarom staan mensen in de rij, over de hele wereld. Dit zijn de echte dingen, geen Rembrandt in pixels, en er zijn nu eenmaal maar weinig echte dingen in de wereld.’

En misschien, zegt Piotrovsky, ‘is de Hermitage wel het enige museum ter wereld waar je de geschiedenis zo sterk voelt. Anders ook dan bij het Louvre, dat al zo lang geleden een museum is geworden. In de Hermitage is de geschiedenis gewoon door gegaan.’

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

 
%d bloggers like this: